Tijdsdruk

Het is niet eerlijk!

 

 

Als je soms niet stottert

Mijn houvast in het overkomen van mijn stotteren was en is nog steeds de stelling dat als ik in de ene situatie niet stotter, dat ik dat ook niet meer hoef te doen in een andere situatie.

Wayne Dyer zei eens: "You are thought..." (Je bent gedachten...)

Al veel eerder had ik voor mijzelf besloten dat ik de som van mijn gedachten ben. En omdat gedachten kunnen veranderen kan ik zelf ook veranderen. Bovendien hoef ik alleen daar te veranderen waar ik dat nodig acht of gewoon echt wil.

In een situatie waar ik niet stotter gebruik ik een bepaalde gedachtestructuur waardoor ik niet stotter, terwijl ik in een andere situatie blijkbaar een andere gedachtestructuur heb waardoor ik wel stotter.

Het is het verschil in de structuur die mij laat stotteren.

Maar het feit dat ik in de ene situatie gewoon alles kan zeggen wat ik wil, zegt mij ook dat er op zich met mijn spraaksysteem niets aan de hand is. Ik kan alle klanken vormen die nodig zijn om de woorden te vormen. Ofwel, mijn brein weet heel goed hoe ik alle klanken moet maken en ze te vormen tot zinnen die precies dat weergeven wat ik wil zeggen.

Blijkbaar gebeurt er dus iets waardoor dit veranderd zodra ik in een bepaalde situatie terecht kom. Ik ga anders denken, op een bewust en onbewust niveau, omdat ik een andere interpretatie geef aan de situatie t.o.v. de situatie waarin ik niet stotter.

En omdat ik vaak of altijd stotter in bepaalde situaties en nooit in bepaalde andere situaties, is het stotteren een soort keuze die gemaakt word op een onbewust niveau. Bewust kies ik niet om te stotteren, want ik wil helemaal niet stotteren. Iets in mijn overtuigingen, iets in mijn som van waarheden, kiest ervoor om te stotteren, ondanks dat ik het helemaal niet wil.

En er zijn zo veel dingen die ik eigenlijk niet wil, maar toch doe.

Gedachten kunnen veranderen.

God en ziel even aan de kant. Ik ben de som van mijn gedachten. En op de een of andere manier kies ik er dus voor om bij mijn baas te stotteren en niet te stotteren bij het buurmeisje van 11.

Wat is het verschil?

Ik stotter niet bij het buurmeisje van 11, maar wel bij dat leuke ding van ergens in de 20 bij het tankstation.

Dat wat ik voel bij het buurmeisje van 11 is heel anders dan bij dat leuke ding van het tankstation. En als dat leuke ding er niet is, maar haar collega van ergens in de 50 wel, dan ben ben ik ineens weer zo vloeiend dat ik makkelijk een praatje maak tijdens het afrekenen voor de benzine.

Bij het buurmeisje van 11 en de wat oudere dame van ergens in de 50 boeit het mij niet welke indruk ik maak of achter laat. Bij het leuke ding van ergens in de 20 vind ik het blijkbaar wel belangrijk welke indruk ik maak. Ik wil een leuke indruk bij haar achterlaten, want dan vind ze mij leuk. En als zij mij leuk vind dan krijg ik daar een goed gevoel van.

Zodra ik dus de gedachtestructuur toepas waar ik niet stotter in een situatie waar ik voorheen wel zou stotteren, dan kan ik veel vaker vloeiend spreken.