Spreekangst
Angst is een emotie die je jezelf hebt aangeleerd en het dient als waarschuwingssignaal.
Spreekangst is een verzinsels waarmee je brein probeert je in veiligheid te brengen.
Je wilt iets zeggen, maar je ervaring heeft je geleerd dat de kans groot is dat je gaat stotteren. Als je spreekt en je stottert, dan voel je je vervelend. Je wilt je niet vervelend voelen. Je voelt een angst opkomen om te spreken. Het signaal verteld je dat wanneer je gaat spreken je kunt gaan stotteren en dat je je dan vervelend gaat voelen.
Het angstgevoel dat je brein genereert is dus bedoeld om je niet vervelend te gaan voelen, want je brein wil dat je je goed voelt.
De hele opzet van het brein zit zo in elkaar. Mensen vergeten te vaak, of weten het helemaal niet, dat het brein volgens een heel simpel systeem werkt waarmee het hele complexe dingen kan doen. Men denkt vaak dat het brein complex is, wat ook wel zo is, maar het mechanisme waarmee het werkt is eenvoudig. Het systeem moet wel eenvoudig zijn om hele complexe dingen te kunnen doen in ene hele korte tijd, zoals een beslissing nemen in een fractie van een seconde.
Spreekangst is iets wat niet alleen stotteraars ervaren. Neem een willekeurig iemand die plotseling voor een groep mensen of een camera iets moet zeggen en die persoon voelt zich ongemakkelijk en klapt dicht, of die persoon gedraagt zich op zijn minst heel anders dan zoals deze persoon zich doorgaans gedraagt.
Het komt misschien allemaal wel neer op het idee dat we niet voor schut willen staan. Dat we de aller beste indruk willen maken op anderen, omdat we het zo belangrijk vinden wat anderen van ons vinden. Want we willen ons absoluut niet buitengesloten voelen en lekker ergens veilig in de groep zitten zonder bijzonder op te vallen.
Ik heb tijden meegemaakt waar ik "die stille jongen" was, maar ook waar ik "die vent met die grote bek" was. Het was een verandering van enorme spreekangst naar iets waar die spreekangst niet langer een rol leek te spelen.
Nu heb ik denk ik mijn gulden middenweg daarin gevonden. Mijn zwijgen is eerder een gereserveerdheid waar ik ervoor kies om alleen iets te zeggen als ik iets wil zeggen en niet langer praat om het praten ansich.
Ik weet nog goed dat ik als student naar een trainingsweekend moest samen met dertig anderen. Tijdens de oefeningen en besprekingen zei ik niet zo veel, omdat ik gewoon weg niet durfde te praten. Maar zo af en toe voelde ik dat ik toch mijn mening moest geven en deed dat dan ook met alle moeite die het mij kostte. In die groep van dertig studenten waren er een handvol die altijd aan het woord waren. Overal hadden ze wel iets over te zeggen of op te merken. Met een groeiend gevoel van jaloezie keek ik naar die mensen en wenste ik dat ik dat ook kon. Net zo vrij en onbelemmerd praten als zij.
Aan het eind van het weekend werd een soort stemming gehouden. Men moest een top vijf maken van de deelnemers die nutige bijdragen hadden geleverd tijdens de oefeningen.
Tot mijn grote verbazing was ik nummer twee. En de deelnemers met de grootste mond en zogenaamd het meeste te zeggen kregen nauwelijks tot geen punten.
Ik was toen zeventien en dat weekend leerde mij dat het uiteindelijk om de inhoud gaat en niet om de hoeveelheid.
|