Stotter-gen
Of te wel, kan stotteren in je genen zitten?
Is het een onderdeel van je DNA?
Geen idee. Ik ben geen geneticus. Ik ben iemand die heeft gestotterd en iemand die het hele stotter-gen in het midden heeft gelaten. Want zelfs als het stotteren in mijn DNA zit, dan nog is er een mentaal gedeelte dat een rol is gaan spelen in je leven als stotteraar. En dat mentale gedeelte is aan te passen.
Tijdens een langdurige discussie bij een nieuwsgroep of stotteren in je DNA zit of niet, kwam ik tot een conclusie die in ieder geval voor mij heel constructief werkte. Na een aantal weken lezen van de verschillende meningen van stotteraars en hun ervaringen, kon ik de groep verdelen in vier partijen.
Partij 1:
Deze groep is ervan overtuigd dat hun stottergedrag in hun DNA zit. En omdat het in hun DNA zat kunnen ze niets aan hun stotteren veranderen. Hierdoor vinden zij zichzelf een soort van invalide en menen ze ook dat ze daarom recht hebben op tegemoetkomingen van de gezondheidszorg. In Australie was er eentje die het voor elkaar had gekregen om op basis van die overtuiging een invalide uitkering van de staat te krijgen.
Deze groep vindt zichzelf heel zielig en zit eigenlijk vast in een manier van denken waardoor ze nooit een stap verder zullen komen. Niet alleen wat hun stotteren betreft, maar ook op andere vlakken in hun leven. Ze zijn ervan overtuigd dat hun sottergedrag door het DNA verhaal definitief is, dat ze altijd zo moeten blijven zoals ze nu zijn. Daarin vinden zij hun gevoel van zekerheid, want door te kiezen voor een reden die buiten je macht ligt, en dus buiten je eigen verantwoordelijkheid, bewandel je het meest veilge pad die je maar kunt kiezen.
Partij 2:
Ook deze groep is ervan overtuigd dat hun stottergedrag in hun DNA zit. Het verschil met partij 1 is echter dat ze door dat te geloven hun stotteren accepteren, maar vervolgens wel gewoon doorgaan met het leven zonder zich een zielige stotteraar te voelen.
Ze vinden een soort rust en vrede in de gedachte dat het stotteren aangeboren is, dat ze er nooit iets aan kunnen veranderen, terwijl ze toch een houding aannemen van iemand die ondanks zijn of haar handicap het beste van het leven wil maken. Zoals iemand met een dwarslesie in een rolstoel gaat zitten en daardoor nog over kan komen of zelfs een sport beoefend.
Een aardige bijkomstigheid van deze opvatting is dat door deze specifieke acceptatie van het stotteren, de druk omtrent het stotteren enorm veranderd en zelfs resulteerd in een afname van het stotteren.
Partij 3:
Deze groep maakt het niet uit of het stotteren nu wel of niet in hun DNA zit. Zij houden zich afzijdig van de beweringen of stotteren nu wel of niet veroorzaakt word door een stotter gen. Ze laten het lekker in het midden, omdat als de oorzaak in de DNA zit, ze er toch niets aan kunnen doen. Hun focus ligt veel meer op wat ze allemaal wel eventueel kunnen doen aan hun stottergedrag. Ook deze groep lukt het over het algemeen hun stotteren te accepteren als iets wat ze doen en dat ze toch voor een groot deel zelf (op mentaal niveau) verantwoordelijk zijn over hoe ze met hun stottergedrag omgaan.
Partij 4:
Deze groep gelooft niet dat het stotteren veroorzaakt word door een bepaald gen, of dat het iets te maken heeft met hun DNA. Zij zien de oorzaak van hun stottergedrag als het gevolg van een verstoord spraaksysteem op mentaal niveau. Zij gaan wel de discussie aan en blijven bij de gedachte dat het niet in de DNA zit, maar een mentaal iets is. Misschien zelfs een hersenafwijking waar ze niets aan kunnen doen, maar ze hebben wel de neiging uit te vinden of ze iets aan hun stotteren kunnen doen.
---
Zoals ik al zei, ik ben geen geneticus en over het algemeen geloof ik iets pas als ik bij mijzelf een bepaalde bewering kan verifieren. Een geneticus kan dus met een onderzoek aantonen dat er bijvoorbeeld een stotter gen is, maar ik kan dat niet zo maar klakkeloos aannemen. Net zo min dat ik het klakkeloos kan aannemen dat het niet zo is.
Er zijn te veel onderzoeken die elkaar tegenspreken. Het grijze gebied blijft dus aardig grijs. Vandaar dat ik mijzelf schaar onder partij 3. Door die aanname lukt het mij acceptatie te vinden en mijn aandacht vooral te richten op wat ik wel kan veranderen.
Met bewondering en respect kijk ik naar mensen met een echt fysiek handicap. Hoe deze mensen veelal zich niet laten belemmeren en eigenlijk van alles proberen te doen.
Je kunt stotteren natuurlijk wel als een handicap zien. Het zit precies daar waar je met andere mensen communiceert. Ik denk alleen wel dat het ook in het geval van stotteren de kunst is om te kunnen relativeren. We nemen de dingen die allemaal goed gaan als vanzelfsprekend aan en vergeten hoe blij we eigenlijk mogen zijn dat het zo is.
|